INTERSTAR. Kant en klaar, sterk berkenmultiplex met coating.

Gebruikswenken en afwerkingstips Interstar

Gefeliciteerd. U werkt met Interstar. Om het optimale resultaat uit uw panelen te halen, geven wij u hier enkele gebruikswenken.

Transport en opslag

Gebruikswenken en afwerkingstips Interstar

Voor een goede verwerking van plaatmateriaal is het noodzakelijk de platen op een juiste wijze te transporteren en op te slaan.
Recht stapelen met balkjes onder elkaar
Figuur 1 De platen op een vlakke ondergrond met voldoende ondersteuning opslaan. Bij meer pakketten de balkjes recht op elkaar leggen.

Dit moet plaatsvinden op een droge en vlakke ondergrond in een ruimte waar weer en wind geen invloed hebben op het materiaal. Is dit niet mogelijk dan moet het plaatmateriaal afgedekt worden onder een dekzeil waarbij ventilatie onder het zeil mogelijk is.

Slordig stapelen geeft beschadigingen.
Figuur 2 Foutieve stapeling van platen. De kans op beschadiging van hoeken en randen is hier groot; ook zal er langs de randen verkleuring optreden.

Opslag op pallets of op regels met een hart-op-hartafstand van 600 mm met een maximale stapelhoogte van circa 1 meter verdient de voorkeur. De verschillende platen moeten recht boven elkaar liggen om beschadiging van de hoeken en randen en verkleuringen te voorkomen. Stapelt men meer pakketten boven elkaar dan moeten de balkjes tussen de pakketten recht boven elkaar worden aangebracht. Draagt men de platen een voor een, dan moet dat rechtop. Interstar is gecoat. Gecoate platen mogen bij het oppakken niet over elkaar schuiven teneinde krassen en beschadigingen te voorkomen.

Bewerking

Gebruik altijd scherp gereedschap. Zaag met een fijngetande handzaag, met minimaal 7 tanden per 25 mm of een fijngetand hardmetalen cirkelzaagblad. Laat bij gebruik van een cirkelzaag de zaagtanden 10 à 15 mm door het plaatoppervlak steken. Een slechte ondersteuning vergroot de kans op een slechte zaagsnede met spaanders en splinters, borg de plaat daarom goed.

Voor een juiste maatvoering moet er net naast de zaaglijn worden gezaagd. Breng de merklijn bij gebruik van een handzaag aan op de zichtzijde. Bij een cirkelzaag moet dat juist aan de zijde die na montage niet in het zicht komt. Gebruik voor het bevestigen van platen bij voorkeur schroeven. Het is raadzaam de schroefgaten eerst voor te boren en vervolgens het gat voor de schroefkop te verzinken.

Voorboren en verzinken
Figuur 3 Schroefgaten in de plaat voorboren met een diameter gelijk aan de steel van de schroef. Vervolgens met een verzink- of soevereinboor de schroefkop verzinken

Toepassing

Elk plaatmateriaal heeft zijn eigen specifieke eigenschappen en toepassingsgebied. Interstar glad en Interstar structuur zijn, mits juist afgewerkt, geschikt voor buitentoepassing.

Heerst er in de toepassingsruimte een ander klimaat dan in de opslagruimte, dan moeten de platen enige tijd acclimatiseren.

Plaatmateriaal in de gevel

Indien u Interstar gebruikt voor in kozijnen en overige gevelbetimmeringen, zoals boeiboorden, gootranden, dakoverstekken en gevelpanelen, houdt u dan rekening met onderstaande richtlijnen.

Omdat de randen (zaagkanten) van triplex poreus zijn (capillairen), is het noodzakelijk dat voor het aanbrengen af te dichten. Hiervoor is grijze IP-randsealer of PVAC-lijm met een harder aan te bevelen of een vergelijkbaar product dat even UV-bestendig en stabiel is.

Verticale naad, voldoende ruimte voor werking
Figuur 4 Verticale naad variant.

Bij toepassing aan de buitenzijde van de gevel moeten platen alzijdig van een afwerklaag voorzien zijn. Interstar glad en Interstar structuur hebben al zo’n afwerklaag. (Zaag-)randen en (schroef-)gaten altijd goed dicht maken om vochtindringing tegen te gaan.

Mocht het gewenst zijn dan is de melaminefilm van Interstar glad overschilderbaar. De coating is hard en moet vooraf goed geschuurd worden.
De PPL-coating van Interstar structuur is niet overschilderbaar.
In het algemeen geldt: Voor een goede dekking van de verf op de omkanten moet men de randen van de plaat licht afronden. Zo ontstaat tevens een goede bescherming tegen weersinvloeden. Een scherpe rand geeft geen vloeiend verloop van de verf, zodat er onvoldoende dekking op de rand komt.
Afronden hoeken voor betere verfhechting
Figuur 5 Afgeronde randen geven een vloeiend verloop van de verf over de randen, waardoor deze goed zijn beschermd tegen weersinvloeden. Bij een niet-afgeronde rand komt er nauwelijks verf op de scherpe rand.

Ventilatie verticaal
Figuur 6 Schematische voorstelling van de wijze van ventileren.

Ventilatie is, ook achter de plaat, van groot belang. Bij aansluiting van de platen onderling, maar ook op andere onderdelen is het belangrijk dat er zich geen vocht kan ophopen. Dat betekent dat de platen niet strak tegen elkaar of tegen een ander onderdeel gemonteerd worden, maar met een naad van 10 à 20 mm. Hierdoor is het mogelijk het afwerksysteem te onderhouden. Bij verticale naden die in het zicht blijven, is het van belang tussen de platen voldoende ruimte over te laten, zodat een latere afwerking mogelijk blijft. Ook bij verticale naden geldt dat de randen en de eventuele overlap moeten worden afgedicht.

Horizontale naden kunnen met een overlapping worden uitgevoerd. Hierbij is het noodzakelijk de onderkant van de plaat af te schuinen onder minimaal 20 graden en het kantje te breken. Het gedeelte ter plaatse van de overlap daarna afdichten met grijze IP-randsealer of PVAC-lijm met harder. Bij een rechte onderkant blijft er namelijk water aan de onderkant hangen.

Het aanbrengen van platen met behulp van een H-profiel en kit is af te raden. Door onthechting van de kit ontstaan er capillairen, waarin zich vocht kan ophopen. Bevestigen kan met roestvaste nagels of schroeven, waarbij de nagels niet moeten worden ingedreveld om de dekfineerlaag niet te beschadigen. Als richtlijn in deze toepassing geldt dat de schroeven minimaal 15 mm plus de plaatdikte lang moeten zijn. De nieten en nagels moeten een lengte hebben van 2,5 maal de plaatdikte, doch minimaal de plaatdikte plus 20 mm. De bevestiging van plaatmateriaalen in kozijnen moet overeenkomstig de KVT ’95, ‘Kwaliteit van gevelvullende elementen’ met een beglazingssysteem geschieden.

Ook ruimte voor werking in een dakoverstek
Figuur 7 Voorbeeld uitvoering van een dakoverstek.

Voorbeeld boekboord met ruimte voor ventilatie
Figuur 8 Voorbeeld aanbrengen van een boeiboord.

Snellere afwatering door afronden onderzijde
Figuur 9 Goed uitgevoerde horizontale naad met overlapafronding en ‘gebroken’ kant.

Altijd voldoende ruimte houden voor werking. Ook bij een hoekaansluiting.
Figuur 10 Goed uitgevoerde hoekaansluiting.

Afwerking

Interstar glad en Interstar structuur zijn berkentriplex platen met een waterdichte coating. Het oppervlak heeft geen afwerking meer nodig. Let wel op het dichten van schroefgaten en randen. Zeer belangrijk voor het behoud van de plaat.

Randafwerking

Minstens zo belangrijk als de afwerking van het oppervlak, is de afwerking van de randen, zeker bij toepassing buiten. De kopse kanten kunnen namelijk zeer snel vocht opnemen. De randen van triplex moeten bij toepassing buiten aan de onderkant worden afgerond (zie figuur 9), zodat vocht geen kans krijgt in de verbinding te kruipen. Deze afronding garandeert bovendien optimale verfhechting. Het afsluiten van de randen geschiedt met twee lagen PVAc-lijm met harder of speciaal hiertoe ontwikkelde producten zoals grijze IP-randsealer, op te brengen met kwast, roller of spuit.
Voor plaatmateriaal in de gevel wordt een randafdichting met PVAc-lijm met harder in minimaal 2 lagen en een droge laagdikte van minimaal 200 μm aangeraden. De dikte van het verfsysteem op basis van acrylaat, alkyd of highsolid in deze toepassing wordt op een minimale droge laagdikte van 80 tot 100 μm gesteld, aan te brengen in 2 à 3 lagen rondom. In buitentoepassingen is onderhoud op basis van de verwerkingsvoorschriften van de producent van groot belang.

Een te grote verfabsorptie op triplexzijkanten is te voorkomen door ze voor te behandelen met een goed afsluitende laag, bijvoorbeeld PVAc-lijm, nitrocelluloselak en polyurethaanlak. Breng deze veelal tweecomponentensystemen, met een hoog gehalte aan vaste stoffen, in meer lagen aan. Na de eerste laag moet men voor een glad oppervlak schuren met korrel 320 tot 360.

Acclimatiseren

Een belangrijk onderwerp. M.n. berkentriplex kan, door wisselingen in vochtgehalte, last krijgen van plaatselijke zwellingen die niet fraai zijn, maar zeker geen technisch gebrek. Na verloop van tijd zullen de vochtophopingen zich door de plaat verdelen en de zwellingen (ijspegeleffect) nemen af. Om problemen voor te zijn: de platen op de plaats van bestemming acclimatiseren en de randen dichten (zoals boven al aangegeven). Interstar is voorzien van een waterdichte coating en het is niet waarschijnlijk dat de zwellingen ontstaan als de randen goed afgewerkt zijn. Rond de randen af, op scherpe hoeken is nooit voldoende dekking mogelijk (figuur 6).

Montage

Plaatmateriaal in binnen- en buitentoepassing dient zorgvuldig te worden bevestigd. Buiten, bij een dekkende afwerking, is het vastzetten een kwestie van de juiste schroeven op de juiste afstand, plus het stoppen van de gaten. Schroeven met verzonken koppen en passende kunststof dopjes geven het niet altijd gewenste krentenboleffect.

Onzichtbare montage kan met constructielijm (vast) of op een stelframe (nastelbaar en demontabel). Dit nastelframe moet wel zijn voorzien van speciale afwateringsprofielen van kunststof ter voorkoming van vochttoetreding via de randen.

Panelen mogen niet in verstek worden verbonden. Daarnaast is een voldoende tussenruimte nodig die zowel de randafwerking toelaat als ook het minimale werken van de plaat. Houd minimaal 10, maar liever 20 mm aan. Ook worden er wel profielen toegepast. Doel is te voorkomen dat er vocht via de kopse kant in het hout kan trekken. Het plaatsen van profielen aan de onderzijde wordt vanwege vochtindringing afgeraden. De goede toepassing van blijvend elastische kitten voorkomt dit. Verder is het erg belangrijk dat er achter de platen ventilatie kan plaatsvinden. Als plaatmateriaal onderdeel uitmaakt van het gevelelement, moet het geheel voldoen aan de KVT 1995. In onderstaande tabel zijn de aanbevolen hart-op-hart en randafstanden voor de bevestiging gegeven.

Aanbevolen hart-op-hart en randafstanden voor de bevestiging van Interstar. Aangeraden wordt om niet te werken met nieten en nagels.

hart-op-hart

 horizontaal
hart-op-hart

 verticaal
randafstand

Schroeven

   150 mm

    150 mm

   10 mm

Juiste boordiameter
Boordiameter